10 JUNI 2005. — Besluit van de Vlaamse Regering houdende de organisatie en de financiering van de Koninklijke Beiaardschool Jef Denyn in Mechelen

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, inzonderheid op artikel 95, § 3, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2001;

Gelet op het koninklijk besluit van 8 juli 1957 betreffende « Beiaardschool te Mechelen. Voorwaarden tot Staatssubsidiëring »;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 22 april 2004 en 26 april 2005;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Begroting, gegeven op 29 april 2004 en 30 mei 2005;

Gelet op het protocol nr. 537 van 25 juni 2004 houdende de conclusies van de onderhandelingen gevoerd in degemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X en van onderafdeling « Vlaamse Gemeenschap » van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;

35995

MONITEUR BELGE — 16.08.2005 — BELGISCH STAATSBLAD


Page 2

Gelet op het protocol nr. 303 van 25 juni 2004 houdende de conclusies van de onderhandelingen gevoerd in het Overkoepelend onderhandelingscomité bedoeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;

Gelet op het advies nr. 37.794/1 van de Raad van State, gegeven op 2 december 2004, met toepassing van artikel 84,§ 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK I. — Algemene bepalingen

Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op de Koninklijke Beiaardschool Jef Denyn in Mechelen, hierna de Beiaardschool genoemd.

HOOFDSTUK II. — Organisatie

Afdeling I. — Structuur

Art. 2. § 1. De Beiaardschool richt een opleiding beiaard in en bepaalt in een werkplan ten minste de volgende organisatorische aspecten van de opleiding :

1° de doelstellingen en de inhoud van de opleiding, het opleidingsprogramma en de studieomvang;

2° de organisatie van het schooljaar;

3° de mogelijkheid om de opleiding te volgen in intensieve lessenpakketten van minimaal 200 jaarlijkse lestijden en dit op een kortere termijn dan een leerjaar in het lineaire leertraject;

4° de gehanteerde onderwijs-, werk- en evaluatievormen;

5° de toelatingsvoorwaarden, die betrekking hebben op artistieke vooropleiding en/of competenties. Deze competenties kunnen worden getoetst door middel van een toelatingsproef. De Beiaardschool bezorgt dit werkplan jaarlijks aan de afdeling Deeltijds Kunstonderwijs van het departement

Onderwijs van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

§ 2. De inspectie van het deeltijds kunstonderwijs is belast met de kwaliteitsbewaking, bedoeld in artikel 5, § 3, van het decreet van 17 juli 1991 betreffende Inspectie, dienst voor onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten.

Afdeling II. — Minimumlessenrooster

Art. 3. Het minimale aantal wekelijkse lestijden dat in de Beiaardschool moet worden georganiseerd bedraagt :

1° in de vier leerjaren van de lagere graad : 4,5 uren;

2° in de drie leerjaren van de middelbare graad : 5 uren;

3° in de drie leerjaren van de hogere graad : 6 uren.

 

Afdeling III. — Vakken

Art. 4. De volgende vakken kunnen in de Beiaardschool worden gegeven :

1° instrument beiaard;

2° theorie en techniek van de beiaard;

3° instrument piano-beiaard;

4° samenzang;

5° campanologie;

6° praktische harmonisatie en improvisatie;

7° harmonie en beiaardcompositie (carillonistiek).

 

Afdeling IV. — Bekrachtiging van de studies

Art. 5. Een leerling die met vrucht de opleiding beiaard heeft beëindigd, ontvangt het getuigschrift van beiaardier.

HOOFDSTUK III. — Financiering

Afdeling I. — Toelage

Art. 6. Binnen de perken en volgens de voorwaarden, bepaald in dit besluit draagt de Vlaamse Gemeenschap met uitkeringen bij in de financiering van de personeels- en werkingskosten van de Beiaardschool.

Art. 7. Het departement Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap betaalt een basisbedrag van 25.000 euro voor de jaarlijkse werkingsmiddelen van de Beiaardschool. Dit bedrag wordt voor het eerst toegekend voor het schooljaar 2004-2005 en wordt jaarlijks met ingang van 1 september 2005 aangepast aan de evolutie van de index der consumptieprijzen. De basisindex is die van de maand september 2004. De nieuwe index is die van de maand februari van het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarin de nieuwe werkingsmiddelen van toepassing zijn. Het bedrag wordt afgerond naar de hogere eenheid. Van de werkingsmiddelen wordt 60 % uitbetaald in februari en 40 % na voorlegging van de financiële rapportering met jaarrekening en balans, zoals bepaald in artikel 9.

35996

MONITEUR BELGE — 16.08.2005 — BELGISCH STAATSBLAD


Page 3

Art. 8. Op basis van het aantal ingeschreven leerlingen ontvangt de Beiaardschool jaarlijks een pakket uren-leraar.

Dit pakket uren-leraar bedraagt :

100 indien het leerlingenaantal 45 of meer bedraagt;

80 indien het leerlingenaantal groter dan 34 en kleiner dan 45 is;

60 indien het leerlingenaantal groter dan 24 en kleiner dan 35 is;

Van dit pakket uren-leraar wordt maximum voor 5/20 in het ambt van directeur aangewend.

Indien de Beiaardschool het aantal van 25 leerlingen niet bereikt, moet ze overgaan tot de geleidelijke sluiting in iedere graad, leerjaar per leerjaar, te beginnen met het laagste. In dit aantal zijn ook de studenten inbegrepen die de opleiding volgen zoals bepaald in artikel 2, § 1, 3°. In dat geval worden de werkingsmiddelen en het aantal uren-leraar proportioneel aangepast.

Afdeling II. — Rapportering

Art. 9. De Beiaardschool stelt vanaf het schooljaar 2005-2006 jaarlijks een begroting op betreffende de besteding

van de werkingsmiddelen voor het volgende begrotingsjaar. Ze deelt die voor 1 oktober mee aan de afdeling Deeltijds Kunstonderwijs. Indien geen begroting wordt ingediend, zal de subsidie niet worden toegekend. De Beiaardschool zendt vanaf het schooljaar 2005-2006 jaarlijks voor 31 maart een financiële rapportering met een jaarrekening en balans aan de afdeling Deeltijds Kunstonderwijs. Die rapportering wordt eveneens voorgelegd aan de verificatie van het Deeltijds Kunstonderwijs.

Vanaf het schooljaar 2005-2006 zendt de instelling voor 30 september jaarlijks een inhoudelijke rapportering over het voorbije schooljaar aan de afdeling Deeltijds Kunstonderwijs. Die rapportering wordt eveneens voorgelegd aan de inspectie van het Deeltijds Kunstonderwijs.

HOOFDSTUK IV. — Personeel

Art. 10. Het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen ″Muziek″, ″Woordkunst″ en ″Dans″, is van toepassing op het bestuurs- en onderwijzend personeel van de Beiaardschool, met dien verstande dat de bekwaamheidsbewijzen waarvan de leraars van de beiaardschool houder moeten zijn en de bijhorende weddenschalen, opgesomd zijn in de bijlage 1, gevoegd bij dit besluit.

HOOFDSTUK V. — Slotbepalingen

Art. 11. Het koninklijk besluit van 8 juli 1957 betreffende « Beiaardschool te Mechelen. Voorwaarden tot Staatssubsidiëring » wordt opgeheven.

Art. 12. § 1. De weddentoelagen die op basis van diensten gepresteerd in de Beiaardschool tot en met 31 augustus 2004 werden uitgekeerd aan de personeelsleden van de Beiaardschool zijn definitief verworven.                       

§ 2. De afwijkingen inzake bekwaamheidsbewijzen die vóór 31 augustus 2004, uitdrukkelijk of in feite werden toegestaan aan de personeelsleden van de Beiaardschool zijn definitief verworven.

§ 3. De volgende overgangsregeling is van toepassing op :

1° het personeelslid dat in de Beiaardschool uiterlijk op 1 januari 2004 vastbenoemd is en als zodanig erkend is

door de Vlaamse Gemeenschap;

2° het tijdelijke personeelslid in de Beiaardschool dat, behoudens de in artikel 14, § 1, van het bovengenoemde besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 vermelde verloven en afwezigheden, vanaf 1 september 2002 ononderbroken in dienst geweest is in de Beiaardschool in een ambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en als dusdanig bezoldigd geweest is door de Vlaamse Gemeenschap.

Deze overgangsregeling geldt voor het ambt van leraar, het vak en de specialiteit waarmee het personeelslid belast was in het schooljaar 2003-2004 en eveneens voor het vak en de specialiteit waarvan het op 1 juni 2004 titularis was. Onder titularis wordt het personeelslid verstaan dat in een vacante betrekking vastbenoemd of tijdelijk aangesteld is. Het personeelslid dat geen vereist bekwaamheidsbewijs bezit bij de toepassing van dit besluit, wordt voor de rechtspositie en de bezoldiging bij                                                                                                                                                                            overgangsmaatregel beschouwd een vereist bekwaamheidsbewijs te hebben.

Art. 13. Dit besluit zal uitwerking hebben met ingang van 1 september 2004.

Art. 14. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 10 juni 2005.

De minister-president van de Vlaamse Regering,

Y. LETERME

De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,

F. VANDENBROUCKE